← Inhoudsopgave

Lijdende vorm · uitleg

Actief & passief mix — makkelijk

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

Bij deze oefening combineer je twee dingen: de juiste tijd én actief of passief. Dat klinkt veel, maar met een vast stappenplan is het goed te doen. In de makkelijke versie kies je het antwoord uit drie opties, zodat je je kunt richten op het herkennen.

Actief betekent dat het onderwerp de handeling zelf doet: 'The baker bakes bread' (de bakker bakt brood). Passief betekent dat het onderwerp de handeling ondergáát: 'Bread is baked' (brood wordt gebakken). Wie het doet is dan niet belangrijk, of staat achteraan met 'by ...'. In het Nederlands herken je passief vaak aan 'wordt' of 'werd'.

Werk altijd in twee stappen. Stap 1: bepaal de tijd aan het signaalwoord. Stap 2: bepaal of de zin actief of passief is. Pas dán kies je de vorm.

Vorm actief: onderwerp doet het · passief: vorm van 'to be' + voltooid deelwoord (+ eventueel 'by ...')

Actief of passief? Het verschil

Kijk wie of wat de handeling doet. Doet het onderwerp het zelf, dan is het actief. Ondergaat het onderwerp de handeling, dan is het passief.

  • actief: The chef cooks the meal. (de chef doet het)
  • passief: The meal is cooked. (de maaltijd ondergaat het)
  • NL-tip: kun je er 'wordt/werd ... door' van maken? → passief

Stap 1 — welke tijd? Let op het signaalwoord

Bijna elke zin verraadt de tijd met een signaalwoord.

  • every day, usually, always, een feit → present simple
  • yesterday, last week, ... ago, in 1969 → past simple
  • now, at the moment, Look!, Listen! → present continuous

Stap 2 — actief of passief?

Doet het onderwerp de handeling, of ondergaat het die? Kun je '... by someone' (door iemand) toevoegen? Dan is het bijna altijd passief.

  • The police arrested him. → actief
  • He was arrested (by the police). → passief

Passief per tijd: alleen 'to be' verandert mee

Het voltooid deelwoord (cleaned, broken, built) blijft hetzelfde; alleen de vorm van 'to be' past zich aan de tijd aan.

  • present simple: am/is/are + deelwoord → The room is cleaned.
  • past simple: was/were + deelwoord → The room was cleaned.
  • present continuous: am/is/are being + deelwoord → The room is being cleaned.

Eén werkwoord in alle drie de tijden

Zelfde werkwoord (to clean), zelfde betekenis, andere tijd.

  • present simple passief: The offices are cleaned every day.
  • past simple passief: The offices were cleaned yesterday.
  • present continuous passief: The offices are being cleaned right now.

Veelgemaakte fouten

Hier gaat het vaak mis.

  • present continuous passief zonder 'being': fout 'is repaired' → goed 'is being repaired'
  • verkeerd deelwoord: fout 'was breaked' → goed 'was broken'
  • vanzelf of door iets: 'The window broke' (vanzelf, actief) ≠ 'The window was broken' (door iemand, passief)

Let op Vaste volgorde: eerst de tijd, dan actief of passief, dan pas de vorm. Twijfel je? Zoek het signaalwoord en vraag je af of je 'by ...' kunt toevoegen.