← Inhoudsopgave

Lijdende vorm · uitleg

Lijdende vorm — alle tijden

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

In de lijdende vorm (passive) is het onderwerp niet de dader; het ondergáát de handeling. Je gebruikt hem als de dader onbelangrijk, onbekend of vanzelfsprekend is.

De truc voor álle tijden: kies de vorm van 'to be' die bij de tijd hoort — het voltooid deelwoord blijft hetzelfde. Deze set mixt alle tijden door elkaar.

Vorm vorm van 'to be' (juiste tijd) + voltooid deelwoord

Alleen 'to be' verandert

Het deelwoord blijft gelijk; de tijd zit in 'to be'.

  • present: is/are built
  • past: was/were built
  • continuous: is being built
  • perfect: has been built
  • future: will be built

Van actief naar passief

Het lijdend voorwerp wordt onderwerp; de dader komt achter by.

  • Active: Shakespeare wrote this play.
  • Passive: This play was written by Shakespeare.

Let op Bepaal eerst de tijd van de zin; kies dán de juiste vorm van 'to be'.