If-zinnen koppelen een voorwaarde aan een gevolg. Er zijn drie typen.
Vorm
zero: if + present, present · first: if + present, will · second: if + past, would
Zero (altijd waar)
if + present, ... present.
- If you heat ice, it melts.
First (realistisch)
if + present, ... will.
- If it rains, we will stay home.
Second (onwerkelijk)
if + past, ... would.
- If I were rich, I would travel.
Let op Bij second gebruik je 'were' voor iedereen: If I were you...