← Inhoudsopgave

Grammatica · toets

Verwarrende woorden

Beantwoord alle 10 vragen en lever in. Geen hints, geen tussentijdse feedback — net als bij een echte overhoring.

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets
Vraag 1

      raining outside. (it is)

Vraag 2

The dog hurt       paw. (van het dier)

Vraag 3

      are too many people here.

Vraag 4

They lost       way. (hun)

Vraag 5

      going to be late. (zij zijn)

Vraag 6

Is this       book? (van jou)

Vraag 7

      very kind. (jij bent)

Vraag 8

The cat licked       fur. (van het dier)

Vraag 9

We went       on holiday. (daarheen)

Vraag 10

I think       a great idea. (it is)

Je antwoorden worden nagekeken op de server.