← Inhoudsopgave

Werkwoorden · uitleg

Onregelmatige werkwoorden · Niveau 1

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

Onregelmatige werkwoorden volgen geen vaste regel; je moet de vormen leren. Hier oefen je alleen de verleden tijd (past simple).

Drie vormen

Elk werkwoord heeft: hele werkwoord – verleden tijd – voltooid deelwoord.

  • go → went → gone
  • see → saw → seen
  • buy → bought → bought

Hardop leren

Zeg het rijtje hardop op; zo blijft het het beste hangen.

Let op De verleden tijd is voor iedereen gelijk: I went, she went, they went.