← Inhoudsopgave

Grammatica · uitleg

Past Simple — vragen & ontkenningen

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

Voor ontkenningen en vragen in de past simple gebruik je het hulpwerkwoord 'did' (de verleden tijd van 'do').

Belangrijk: na 'did' en 'didn't' komt het héle werkwoord — dus geen verleden tijd meer. De verledenheid zit al in 'did'.

Vorm ontkennen: didn't + heel werkwoord · vraag: did + onderwerp + heel werkwoord

Ontkennen: didn't + heel werkwoord

  • I didn't go.
  • She didn't see it.

Vraag: did + onderwerp + heel werkwoord

  • Did you go?
  • Where did he live?

Met to be: was / were

Bij 'to be' gebruik je geen did.

  • Was he there?
  • They weren't ready.

Let op Na did/didn't altijd het hele werkwoord: Did you SEE it? (niet 'saw').