← Inhoudsopgave

Grammatica · uitleg

Wederkerende voornaamwoorden

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

Wederkerende voornaamwoorden eindigen op -self (enkelvoud) of -selves (meervoud). Je gebruikt ze als het onderwerp en het voorwerp dezelfde persoon of zaak zijn: 'He cut himself' (hij snijdt zichzelf).

Elk persoonlijk voornaamwoord heeft zijn eigen vorm. Let vooral op 'you': in het enkelvoud is het yourself, in het meervoud yourselves.

Met 'by' betekent een wederkerend voornaamwoord 'alleen' of 'zonder hulp': 'I did it by myself' (in mijn eentje).

Vorm myself · yourself · himself · herself · itself · ourselves · yourselves · themselves

De vormen

-self in het enkelvoud, -selves in het meervoud.

  • I → myself, you → yourself, he → himself, she → herself
  • it → itself
  • we → ourselves, you (meervoud) → yourselves, they → themselves

Onderwerp en voorwerp zijn dezelfde

De handeling keert terug naar het onderwerp.

  • She made herself a cup of tea.
  • They blamed themselves.
  • Agnes looked at herself (zichzelf) ≠ at her (iemand anders)

by + -self = alleen / zonder hulp

  • Why don't you go by yourself?
  • The children made dinner by themselves.

Let op: you enkelvoud vs meervoud

Eén persoon = yourself, meer personen = yourselves.

  • John, did you hurt yourself?
  • Help yourselves, everyone!

Let op Bij gewone dagelijkse handelingen gebruik je meestal géén wederkerend voornaamwoord: 'She washed and dressed' (niet: washed herself), tenzij je nadruk wilt leggen.