← Inhoudsopgave

Grammatica · uitleg

Betrekkelijke voornaamwoorden

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

Betrekkelijke voornaamwoorden verbinden extra informatie aan een woord.

who / which / that

who = personen, which = dingen/dieren, that = allebei.

  • the man who lives here
  • the book which I read

whose

bezit: van wie.

  • the girl whose bag was stolen

Let op Voor personen meestal who; voor dingen which of that.