Then en than lijken op elkaar en zijn in het Nederlands allebei 'dan' — daar zit precies de valkuil. Toch gebruik je ze heel verschillend.
Than gebruik je bij een vergelijking: na een vergrotende trap (-er, more, less) of na woorden als rather en other. 'She is taller than me.' (groter dan)
Then gebruik je voor tijd of volgorde (daarna, op dat moment) en voor een gevolg (in dat geval). 'We ate and then left.' (en daarna) · 'If you're tired, then go to bed.' (dan = in dat geval)
than → vergelijking
Komt na een vergrotende trap (-er / more / less) of na rather, other.
- bigger than, more expensive than, less than
- I'd rather stay than go.
- No one ran faster than Tom.
then → tijd of volgorde
Betekent 'daarna' of 'op dat moment' (and then, back then, by then).
- We had lunch and then went home.
- First X, then Y.
- I didn't know her back then.
then → gevolg (als ... dan)
In een if-zin betekent then 'in dat geval'.
- If it rains, then we'll stay inside.
- You're sure? Then let's go.
Twijfeltruc
Kun je 'daarna / op dat moment / in dat geval' zeggen? → then. Is het een vergelijking? → than.
- taller ___ me → vergelijking → than
- and ___ we left → daarna → then
Let op In het Nederlands is het allebei 'dan', dus vertaal niet — kijk of het een vergelijking is (than) of tijd/gevolg (then). Ezelsbruggetje: thAn = compArison (a), thEn = timE (e).