← Inhoudsopgave

Woordenschat · leerlijst

Woordenschat — Dagelijks leven

  1. 1Leerlijst
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

Typ het Engelse woord. Een lidwoord (a/the) mag je weglaten. Let op de spelling — die telt mee!

Leerlijst — Nederlands → Engels

het huis
house
de school
school
de vriend / vriendin
friend
het ontbijt
breakfast
morgen (de dag erna)
tomorrow
gisteren
yesterday
altijd
always
samen
together
gelukkig (blij)
happy
moeilijk
difficult / hard
het weer
weather
genoeg
enough
de week
week
het jaar
year
vandaag
today
nooit
never
soms
sometimes
misschien
maybe / perhaps
belangrijk
important
klaar (af)
ready / finished / done

Zo leer je Dek de Engelse kant af en overhoor jezelf. Ga daarna oefenen en herhaal de woorden die fout gingen — let op de spelling.