← Inhoudsopgave
Grammatica · oefenmodus
Past Perfect
De past perfect gebruik je voor de gebeurtenis die nóg eerder was dan een ander moment in het verleden: had + voltooid deelwoord. Tussen haakjes staat het hele werkwoord; vul de juiste vorm in. Bij 'ontkennend' maak je er had not / hadn't van. Lees eerst de uitleg →
0 / gekend